Drie uur ’s nachts en het is koud buiten. Ijskoud. Gehuld in thermisch ondergoed, twee paar kousjes, jeansbroek, extra top en een heerlijke dikke trui zijn we klaar om de Bromo te gaan trotseren. Nog even een pannenkoek in ons bekkie en we zijn helemaal klaar om te gaan. Vol enthousiasme en boordevol energie, ik voel me dolgelukkig.

About Bromo

De Bromo is de bekendste vulkaan op het eiland Java, Indonesië. Hoewel het niet de hoogste is (2392 meter) , heeft deze wel een zeer bijzondere ligging. De Bromo vulkaan ligt samen met twee andere vulkanen in een zandzee van acht bij tien kilometer. Het lijkt wel een maanlandschap, wat ontzettend spectaculair is om te zien. De vulkaan is actief, in 2004 barstte deze uit, waarbij twee toeristen om het leven kwamen. Het Tenggervolk gelooft dat de god Brahma in de vulkaan woont. Elk jaar wordt er op de veertiende dag van de laatste maandjaarkalender feest gevierd. Hierbij worden er offers gebracht in de vorm van kippen en geiten die in de krater worden gegooid. Best zielig! Probeer weekenden en feestdagen te vermijden, om de massale drukte te ontlopen.

Wat kost dat?

Het entreebedrag van maandag tot zaterdag bedraagt 217.000 rp per persoon, wat neerkomt op 12,90 euro. Op zondag en feestdagen betaal je 317.000 rp, oftewel 18,90 euro. Indien je de Bromo doet met een tour betaal je tussen de 40 en 70 euro per persoon. Je kan ook ter plekke een jeep regelen, die plaats biedt aan zes personen. Deze jeep kost 700.000 rp, wat neerkomt op 41,78 euro. Of je doet zoals ons…. En betaald HELEMAAL NIETS! Dat klopt. Wij deden de tocht zelfstandig en wisten ook het entreegeld te omzeilen. Hieronder vertel ik hoe je dat precies doet!

Waar te verblijven?

Indien je net als ons de Bromo zelfstandig wil beklimmen, kan je het best overnachten in het dorpje Cemoro Lawang. Ik heb ontzettend veel horrorverhalen gelezen over de accomodaties in dit dorpje. Eigenaars weten dat er toch toeristen heenkomen en doen daarom niet al te veel moeite aan hun accomodaties. Wijzelf verbleven in ‘Losmen Adas’ voor 200.000 rp (= 12 euro) en dit was prima. We zaten op ongeveer vijf minuten wandelen van het startpunt, goed gelegen dus! De kamer is heel basic, het bed kraakt er op los, de lakens ruiken muf, maar al bij al viel het best wel mee. Bovendien is er warm water en dat kan je héél goed gebruiken, want ’s avonds koelt het ontzettend af. Na de Bromo tocht doet is een stomende douche ook ontzettend zalig!

Wat neem je mee?

  • Een hoofdlamp / zaklamp
  • Voldoende water (wij hadden 1,5 liter p.p. mee)
  • Bananen en eventueel ontbijt voor energie
  • WC papier, want you never know!
  • Een camera uiteraard (statief is ook handig!)

De route

Om drie uur start je tocht naar de Bromo vulkaan. Dit is ruim op tijd om de top of het voorgaande viewpoint te bereiken voor de zon opkomt. Je tocht start bij het ‘Cemara Indah Hotel’ waar je rechts tussen de struiken (naast een loketje, waar -als het goed is- niemand zit) een pad ziet lopen. Je volgt dit pad tot je helemaal beneden bent, verkeerd lopen is hier eigenlijk niet mogelijk. Trek goede schoenen aan, want het pad is stijl en je glijdt makkelijk weg. Dit geldt trouwens voor praktisch heel de tocht. Eenmaal beneden kom je uit in de zandzee, oftewel het maandlandschap. Indien je geluk hebt krijgt je er ook nog een prachtige sterrenhemel bij zoals wij. Je loopt NIET door naar de Bromo vulkaan die zich recht voor je bevindt, maar we bekijken de zonsopkomst vanaf Gunung Penanjakan, waarbij je de vulkaan in de verte ziet. Wanneer je je op het ‘maanlandschap’ bevindt stap je meteen naar rechts en volg je de weg die uitkomt op een pad tussen gewassen (al valt dit ’s nachts moeilijk te zien). Je volgt het pad die op een bepaald moment een berg opgaat (aan je rechterkant). Hier start je klim. Het is een smal en donker paadje, dus zorg voor voldoende licht. Volg het pad de hele tijd, eenmaal boven kan je verschillende kanten op. Wijzelf kwamen uit in het veld van een boer, maar bij het terugkeren sloegen wij een andere weg in (welke trouwens op hetzelfde punt uitkomt). Aan je rechterkant zie je mogelijks al wat meer leven, hier bevindt er zich namelijk een verharde weg die je moet zien je bereiken. Waar we gedurende heel de tocht geen enkele toerist zagen, begint er hier verandering in te komen. Je volgt het verharde pad de hele tijd tot boven. Ook hier is het eigenlijk onmogelijk om verloren te lopen. Je hebt nu drie viewpoints: degene die het laagst is gelegen, maar ook absoluut geen spectaculair zicht heeft. Of de twee hoger gelegen viewpoints, waarbij het uitzicht zo goed als hetzelfde is. De meeste toeristen staan aan de top, dus het is hier een massale drukte. Je kan daarom beter voor viewpoint twee kiezen, aangezien deze net iets rustiger is en minstens even mooi! Verwarm jezelf eventueel lekker met een kopje thee of koffie en geniet van de zonsopkomst en de prachtige vulkaan.

Blijf zeker nog even zitten wanneer de zon is opgekomen. De kleuren veranderen en dit is mooi om zien. Toeristen kruipen terug in hun jeeps en druipen af. Je kan dus nog even genieten in alle rust, alvorens je de tocht verder zet naar de Bromo himself! Het voordeel aan de tocht zelfstandig ondernemen: je vermijdt de massale drukte en kan alles op je eigen tempo doen. Bovendien kan je nog meer genieten van het ‘maanlandschap’, wat de mensen in de jeeps toch wat minder kunnen.

Na het genieten van de zonsopkomst keer je terug langs dezelfde weg. Ook dit keer kwamen wij geen enkele toerist tegen! Eenmaal terug beneden wandel je over de uitgestrekte vlakte naar de krater, dit is best nog een serieuze weg, maar je kan dit lekker op je eigen tempo doen. Verkeerd lopen kan hier trouwens ook niet, je ziet duidelijk de vulkanen voor je liggen. Tot slot klim je naar de top van de krater, dit is tevens het zwaarste stuk, aangezien het ondertussen ook al wat warmer begint te worden. Eerst wandel je over een stoffig oneven pad, waar trouwens ook ontzettend veel paarden lopen om de (luie) toeristen naar boven te dragen. Het laatste stuk is een trap die je naar de rand van de krater brengt.

 

Eenmaal boven aan de krater ga je naar links, probeer zo ver mogelijk te lopen om niet tussen de vele toeristen te staan. Het onbeveiligde pad iets verderop is voor de echte waaghalzen, wijzelf durfden dit niet echt aan. Eén verkeerde stap en je ligt de krater in. Het zicht is hier ontzettend spectaculair, nog tien keer mooier dan op foto. Allereerst kijk je recht de krater in, wat zeer bijzonder is en aan de andere kant heb je dan weer het fascinerende landschap, net het decor van een film!

 

Ons avontuur

De mutsen, sjaals en handschoenen die de mannetjes op de straat verkochten bleken overbodig te zijn. We waren warm genoeg ingeduffeld, maar net niet té. Mathijs en ik voelden ons best nerveus. Zou er iemand aan het geheime weggetje staan die ons tegenhoud? Zullen we gesnapt worden of gaat alles goed verlopen? Het werd gelukkig dat laatste, geen kat te bespeuren. Yes, gelukt! Wij zijn gratis binnengeraakt!  Op de weg zien we tientallen jeeps die stapvoets staan aan te schuiven om binnen te geraken, wij lopen lekker de andere kant op waar we bovendien helemaal alleen zijn. In principe is de geheime weg, oftewel de shortcut niet zo heel geheim meer en gekend door heel wat mensen. Toch lijken de meeste er geen idee van te hebben, we komen dan ook werkelijk niemand tegen gedurende onze hele wandelroute en dat maakt dit alles nog meer bijzonder en des te spannender. We dalen af en het is opletten geblazen, om de zoveel stappen glijden we telkens eventjes weg. De sfeer zit er dik in, we lachen en hebben het ontzettend naar onze zin. Verkeerd kan je hier niet lopen, er is slechts één weg te volgen en vervolgens kom je uit op een gigantisch groot, open domein. Een maanlandschap komt je tegemoet, het is werkelijk adembenemend. De honderden sterren staan helder aan de hemel, het is volle maan en de silhouetten van de bergen en vulkaan steken prachtig af in het maanlicht. Ik wil zoveel woorden uitbrengen, maar ik kan niet beschrijven hoe magisch ik het vond. Wat had ik graag wat foto’s willen nemen, maar ik ben niet al te vertrouwd met astro fotografie en zou dus veel te veel tijd verspillen aan de goede instellingen. Mathijs probeerde even te vliegen met zijn drone, maar het was uiteraard te donker. We zette onze tocht verder, een heel eind wandelend over de uitgestrekte vlakte. Plots ruik ik een stinkende eiergeur, even denk ik dat de geur afkomstig is van het scheetje dat ik een minuutje eerder had gelaten, maar neen hoor. Hoe dichter we de vulkaan naderen, hoe sterker de eiergeur wordt. Zwavel! Her en der komen er motorrijders naar ons toe met de vraag of we verloren waren gelopen en toch écht geen lift nodig hadden? Neen hoor, onze missie: de Bromo vulkaan zélf beklimmen. Zo gezegd zo gedaan, trots lopen we verder en ongeveer een uur later staan we aan de voet van de berg.

Maar…. Is dit wel de berg waar ik de zonsopkomst wou zien? Volgens mij klopt er hier iets niet. We staan vlak bij de krater en de foto’s die ik reeds zag op het wereld wijde internet, waren toch van een stuk verder genomen. Na een kleine check up realiseer ik mij dat we inderdaad compleet verkeerd zijn. Mathijs heeft ons naar de verkeerde berg gebracht en de paniek slaat lichtelijk toe. We hebben nog maar een uur vooraleer de zon opkomt en moeten dus helemaal terugwandelen, zes kilometer klimmen! Dat halen we nooit en zeker niet met mijn conditie. Ik begin me helemaal op te winden en stap stevig door. Hoe in godsnaam kon hij nu zo een grote fout maken? Deze berg leek voor hem het meest logische, ondanks dat we vooraf voldoende opzoekwerk hadden verricht. Stress, stress, stress. Ik wil en ik zal de zonsopkomst zien. Dit is de enige actieve vulkaan die ik beklim, dus ik keek hier dan ook ontzettend hard naar uit. Het is mijn enige kans. Een race tegen de zon!

We komen dichter en dichter, maar het aangegeven pad op maps.me is nergens te bekennen. De open vlakte maakt plaats voor gras dat steeds hoger en hoger wordt en binnen de kortste keren staan we met onze voeten in het drassige sop. Waar zijn we hier nu weer in godsnaam beland? Moesten we niet in tijdsnood zitten had ik hier hartelijk mee kunnen lachen, maar nu voel ik mij alleen maar ellendig en staat het huilen mij naderbij dan het lachen. “Ik vind de weg echt niet” hoor ik Mathijs nog zeggen. Niet simpel ook, met enkel een hoofdlampje die de omgeving wat verlicht. Ik voel het nat door mijn schoenen sijpelen, maar dat is momenteel het laatste van mijn zorgen. Ik moet godverdomme die weg vinden en ja hoor…. Plots is Mathijs uit het gras geraakt en staat hij op het padje. Yes, al een stapje dichter. Wel zijn we weer een half uur kwijt en dat betekend dat we slechts een half uur de tijd over hebben om de berg te beklimmen, het lastigste moest nog komen. Ik kan jullie verzekeren, het was géén zware tocht. Zelfs met mijn barslechtje conditie was dit prima te doen. Het was het tempo waarop en het zenuwachtige gevoel, dat de klim zo zwaar maakten. De aardeweg die kronkelend naar boven liep was smalletjes, maar prima te doen. Even vonden we de weg niet meer en Mathijs besloot maar rechtdoor te lopen. Geen goede zet, achteraf bekeken, want al snel lag hij met zijn klikken en klakken de afgrond in. Net niet de dieperik in! Volgende keer toch wat beter kijken. Wat later komen we uit op een boer zijn veld en ik strompel er even doorheen, alvorens ik een wandelbaar weggetje zie. Wat hopen we beiden dat we niets vermorzeld hebben op zijn veld! Het ‘moeilijkste’ dat achteraf eigenlijk vree simpel blijkt te zijn, is voorbij. We komen op de verharde weg en zien tal van jeeps, paarden en motors passeren, wat betekend dat we goed zitten. Toch is het nog een eindje lopen en de weg wordt steeds steiler en steiler. De top bereiken we sowieso niet meer, maar ik hoop toch het tweede viewpoint te kunnen bereiken, waar je vrijwel hetzelfde uitzicht krijgt. We stappen stevig door en mijn hart klopt in mijn keel, ik jaag mij veel te hard op, maar kan mezelf niet kalmeren. Ik voel me ook zo ontzettend kwaad op Mathijs. Hoe kon hij zo stom zijn ons naar de verkeerde berg te leiden? Even verkeerd lopen tot daar aan toe, maar de berg uitkiezen waar we juist naar willen kijken? Ik kan hem wel voor kop slaan. Natuurlijk is het een menselijke fout en natuurlijk zijn er ergere dingen in het leven, maar op die moment betekende het eventjes te veel voor mij.

Het is ondertussen ongeveer vijf uur. In de verte zien we de zon langzaam opkomen. Het is prachtig. Rode, roze en oranje tinten kleuren de hemel. Maar wij zijn er bijlange nog niet. “De zon komt op” zegt Mathijs, wat het alleen maar erger maakt, want dat weet ik ook wel! Ik jaag me nog meer op en kom al snel tot de conclusie dat hoogoplopende emoties en asthma geen goede combinatie zijn. Ik begin te snikken en te snotteren en hou niet meer op. Voor het eerst in mijn leven begin ik te hyperventileren en ik weet niet hoe ik moet kalmeren, ademhalen lijkt plots zo moeilijk. Mijn lieve Mathijs neemt mij in zijn armen en sust mij, terwijl er tientallen Chinezen ons staan aan te gapen. Al snel voel ik mij terug oké en proberen we die laatste kilometer zo snel mogelijk af te leggen, wat behoorlijk zwaar is. Maar ik ben kwaad en die woede zorgt dat ik toch kan doorzetten. EINDELIJK komen we aan bij de plek, waar ik zo graag wou staan. De negatieve gevoelens, de stress, de kwaadheid die ik voelde voor Mathijs en het verdriet verdwijnen als sneeuw voor de zon. Het is prachtig en ik geniet met volle teugen. Daar waar we het gedurende de hele tocht lekker warm hadden, krijgen we het beiden toch plots ijskoud. Mijn rug is kletsnat van het zweet, mijn voeten van de natte aarde. Overal om ons heen staan mensen met dikke jassen, mutsen, sjaals en handschoenen. Zij hebben het uiteraard ontzettend koud, aangezien zij lekker comfortabel naar boven zijn gebracht per jeep. Ze moesten hooguit vijfhonderd meter stappen, waarvan de meeste dit zelfs nog te paard deden. Ik voel me trots en voldaan en barst van de energie. Wij hebben deze tocht lekker zélf gedaan en dat voelt goed, héél goed. We warmen elkaar wat op, maken enkele foto’s en video’s, zijn verbaast over de omgeving en blijven er zo enige tijd zitten. Gewoon, genietend, tot de zon volledig opkomt.

Met een tevreden gevoel wandelen we terug naar beneden en keren we terug naar het maanlandschap waar we eerder waren. Mathijs en ik doen onderweg ook nog eventjes een plasje en hebben hierbij een geweldig uitzicht (zie foto hier onder!). Dit keer vinden we de weg meteen, zoals ik al zei, hij is eigenlijk poepsimpel (als je de verkeerde berg niet kiest uiteraard 😉 ) Mathijs en ik kunnen er ondertussen alweer goed om lachen en het is weer dikke liefde tussen ons tweetjes, hoewel ik het hem hier en daar wel even doorsteek. Wie dacht dat het zwaarste al voorbij is, heeft het goed mis. De eerste klim was slechts een opwarmertje, het zwaarste deel moet nog komen! Wanneer het maanlandschap terug in zicht komt zijn we beiden verbaast over de hoeveelheid jeeps die hier samenkomen. Honderden jeeps, maar ook paarden en motors, vol toeristen.

We dalen af en wandelen terug over het maanlandschap, dat er in het daglicht weer compleet anders uitziet dan ’s nachts, maar niet minder spectaculair. We komen ons ‘gras’ ook tegen, later beter bekend als gewassen. Dit keer vinden we uiteraard wel het paadje, net iets makkelijk met voldoende licht. Het uitzicht is prachtig en wij zijn de enige mensen die de uitgestrekte vlakte bewandelen. We wandelen terug naar het punt waar we eerder die dag -of zal ik zeggen nacht- stonden. Aan de voet van de krater heeft een hele menigte zich verzameld. Zoveel toeristen, het is amper te geloven. Het beklimmen van de krater is best lastig, waarschijnlijk omdat we al zulke grote -overbodige- afstanden hebben afgelegd. Toch zitten we beiden nog vol energie en op ons eigen tempo lukt het wel. Het thermische ondergoed en de trui hebben we ondertussen kunnen wegstoppen, het wordt steeds warmer en warmer buiten. Er passeren tientallen paarden, want ook hier willen de meeste toeristen zelf niet al te veel moeite doen. Het lijkt wel alsof iedere stap hen te veel is. “Tamzakken” denk ik in mezelf en ik voel er mij ook niet al te schuldig over, wanneer ik het paard al schuimbekkend zie zwoegen met een dikke Chinees erop. Niets mis met paardenritjes wanneer de beestjes goed verzorgd worden, maar heel veel paarden zien er hier allesbehalve goed uit. Met hun trieste ogen, schuimende bek en vermoeide blik. Ik voel zoveel medelijden. We klauteren de krater op en kregen om de zoveel tijd een hele stofwolk in ons gezicht. Iedereen staat te kuchen en te rochelen. Stof in onze oren, ogen, neus… in alle gaten waar stof maar kruipen kan. Zelfs mijn tenen bleken achteraf pikzwart te zijn van het stof, terwijl ik twee paar kousen aan had!

Hoewel ik bijlange nog niet moe ben, is het toch zwoegen naar boven. Mathijs moet mij hier en daar eventjes optrekken. Ik heb er geen zin meer in en de weg lijkt nog zo lang! Hij blijft mij gelukkig aanmoedigen en ik ben blij wanneer we de trap bereiken, het laatste deel alvorens we op de krater zijn! Het is file aan de trap. De paarden kunnen hier niet op dus de toeristen zijn genoodzaakt per voet verder te gaan. Dit is te zien aan hun tempo. Het is wachten, wachten, wachten en het gaat slechts trapje voor trapje vooruit. Enkele waaghalzen klimmen de rotsen op naar boven, maar dit lijkt mij toch net wat te gevaarlijk. Bovendien vind ik dit rustige tempo op dit moment helemaal niet zo erg. We bereiken de top van de krater en ik heb vooraf eerlijk gezegd geen idee wat ik moet verwachten. Mijn verwachtingen worden buitengewoon overtroffen. Een blik op de gigantische krater, die er in het echt tientallen keren indrukwekkender uitziet dan op foto. Wauw, dit is écht één van de gaafste dingen die ik in mijn leven heb gezien. We kunnen recht de krater inkijken, terwijl de rook ontsnapt. De rotte eiergeur is sterk aanwezig, maar dit went snel. We stappen wat verder en zoeken een rustig plekje uit waar we even kunnen nagenieten van de chaotische, doch wondermooie nacht/ochtend. Iets verderop lopen er mensen langer de krater naar boven toe, maar het pad is smal en één foute beweging kan je het leven kosten. Wij blijven veilig zitten aan een plekje waar we de krater niet kunnen intuimelen. Het landschap is adembenemend en lijkt recht uit een filmscenario te komen. Dit zou de ideale filmset zijn voor een westernfilm, het valt niet te beschrijven in woorden. Mathijs en ik hebben tijdens onze reizen ondertussen al héél veel gezien, maar dit is zonder twijfel één van de meest bijzondere dingen ooit. Het was het allemaal waard. Tis je vergeven babe!