Twee weken zijn kort om de schoonheid van dit eiland te zien. Veel te kort, want het heeft zoveel te bieden. Je hebt zeker een maand de tijd nodig om Noord en Zuid volledig te ontdekken. Het eiland is ontzettend groot, de reistijden zijn lang. Je bent al gauw enkele dagen kwijt, enkel aan verplaatsingen. Heb je maar twee weken de tijd? Dan raad ik aan Noord-Sumatra te bezichtigen. Ik stelde de ideale reisroute op. Maak kennis met een grote diversiteit aan landschappen, verschillende culturen en vooral: veel natuur!

Pulau Weh

Wie aan Sumatra denkt, denkt vast niet meteen een tropische eilanden. Toch zijn ook deze zeker aanwezig en Pulau Weh is daarbij misschien zelfs de populairste. Het is bovendien de droom voor duikers want het heeft één van de mooiste duiksites ter wereld! Denk maar aan scholen vissen in alle kleuren van de regenboog, klein onderwaterleven, maar ook walvissen, walvishaaien, tal van diverse soorten haaien en indien je geluk hebt zelfs dolfijnen. Door omstandigheden kon ik het jammer genoeg maar bij één duik houden, maar deze was op z’n minst gezegd zeer fascinerend. Mathijs zag tijdens duik twee een haai en de anderen zagen er zelfs vier, de kans is dus vrij groot dat je deze ziet!

Pulau Weh is ook ontzettend aangenaam om te verkennen via motor. Trek het binnenland in en rijd dwars door de jungle. Onderweg kwamen wij heel wat aapjes tegen, al zijn deze wel ontzettend schuw. Héél veel is er niet te doen op Pulau Weh, drie dagen volstaan om het eiland te verkennen en er enkele duiken te doen.

Hoe geraak je er?

Vanuit onder andere Medan of Bukit Lawang kan je een nachtbus nemen richting Banda Aceh. Aan de haven neem je een slowboat (ca. 2 uur) of een speedferry (ca. 1 uur) die je afzet in Pulau Weh. Je kan het best verblijven in Iboih, welke toch nog een eindje is van de haven. Ben je met een grote groep? Dan is een taxi net iets makkelijker en voordeliger. Alleen of met twee? Kies dan voor een tuktuk!

Waar te verblijven?

Wij verbleven zelf drie nachten in ‘Bunda Praya / Praya Bunda’ (oeps, ik weet écht de naam niet meer en kan het ook NERGENS terugvinden online). Dit is gelegen vlakbij Cafe Bleu. Het is een nieuwe accommodatie die volgens mij nog niet te vinden is op booking.com of soortgelijke websites. Wij betaalden 200.000 rp per nacht (= 12 euro) en dit was het dubbel en dwars waard. De kamer is écht ontzettend groot en heeft een zeer aangenaam, heerlijk, comfortabel bed. Er is ook een gigantisch terras waar je heerlijk kunt genieten van een goed boek of de rust. Wifi is er niet, maar dit vonden wij niet echt storend. Daarvoor gingen we naar cafe Bleu of Fina Dus coffee shop, onze vaste eettentjes!

 

Bukit Lawang

Ik schreef er hier al eerder een uitgebreid artikel over. De ongerepte jungle in Bukit Lawang, Noord-Sumatra is één van de twee laatste plekken wereldwijd waar de Orang Oetangs nog leven in de vrije natuur. Deze plek mag je absoluut niet overslaan, want deze prachtige dieren zien in hun natuurlijke habitat is écht een ervaring om nooit meer te vergeten. Ook voor degenen die liever géén jungle trek doen, is Bukit Lawang een zeer aangename plek. Het is een plek om even helemaal tot rust te komen. Enkel de natuurgeluiden om je heen; de dieren in de jungle en de stromende rivier, dat is wat je kan verwachten in dit dorpje! Twee dagen waren voor ons voldoende in Bukit Lawang, maar eigenlijk kan je er écht veel langer blijven!

Tip: Eet bij ‘Thomas retreat’. Het ontbijt (porridge!), lunch en diner (probeer de gado gado) zijn hier heerlijk. Een kleine prijs en een grote portie. 

Hoe geraak je er?

Vanuit Medan is het ongeveer vijf uur rijden met een minibusje richting Bukit Lawang. Aan het busstation kan je een tuktuk nemen naar het kleine dorpje, van daaruit ga je te voet verder.

Waar te verblijven?

Er zijn heel wat fijne, doch wel basic accommodaties te vinden in Bukit Lawang. Hier kom je niet voor de luxe. Wijzelf verbleven in ‘Lucky Bamboo’, welke basic kamers heeft voor 100.000 rp (= 6 euro) of iets ruimere kamers met een hele fijne natuurlijke badkamer voor 150.000 rp (= 9 euro). De ligging is perfect, het is er ontzettend gezellig en het personeel is er zeer vriendelijk.

 

Sipisopiso Waterfall

De Sipisopiso waterval is één van de hoogste watervallen in Indonesië en mocht dan ook niet ontbreken op onze route. Van bovenaf heb je een fantastisch zich op zowel de waterval als het Tobameer. Je kan ook volledig naar de voet van de waterval wandelen, maar de weg is best pittig!

Hoe geraak je er?

Wijzelf verbleven in het gezellige dorp Berastagi en van daaruit is het een dik uur met het openbaar vervoer. Je neemt eerst een busje naar de nabije stad Kabanjahe, waar je ook trouwens een actieve vulkaan vind, de Sinabung. In 2017 werden er nog maar liefst duizend mensen geëvacueerd door deze vulkaan! Vervolgens neem je een tweede busje die je vlakbij de Sipisopiso afzet. Van daaruit is het nog drie kilometer en kan je een tuk tuk nemen voor ca. 10.000 rp (= 60 cent).

Waar te verblijven?

Berastagi is een gezellig dorp om één à twee nachten te verblijven. Er is niet veel te doen, maar het is een prima uitvalsbasis om de Sipisopiso en eventueel de Sinabung te gaan bezoeken. Wij verbleven zelf in Losmen Sibayak Guest House en dit was prima. Een heerlijk bed en een warme douche!

 

Lake Toba

Dit vonden wij zelf een ontzettend fijne plek om ons weekend te spenderen. In Hoogseizoen schijnt het er, net zoals in de andere populaire delen in Sumatra, vrij druk te zijn. Wij reisden door Sumatra tijdens low season en dit merken we maar al te goed. Geen enkele plek werd overspoeld door toeristen, zo ook niet Lake toba. Sterker nog, tijdens onze reis door Sumatra kwamen we amper een toerist tegen! Het eilandje Samosir dat omgeven is door het kratermeer Lake Toba, is een ontzettend gezellige plek. De temperatuur ligt er beduidend lager, vooral wanneer je de bergen intrekt. De prachtige bergen en het gigantische meer zijn een streling voor het oog. Het meer werd gevormd door een gigantische vulkaanuitbarsting en schijnt maar liefst vierhonderdvijftig meter diep te zijn. Tijdens warme dagen kan je hier prima in zwemmen, maar ik wil eerlijk gezegd liever niet weten welke wezens allemaal leven in dit meer. Meer weten over Lake Toba en het prachtige uitzicht bewonderen? Lees dan mijn reeds eerder geschreven blogbericht!

Hoe geraak je er?

Vanuit Medan of Bukkitingi kan je een nachtbus nemen naar Parapa. Wijzelf vertrokken vanuit Berastagi en hier deden we toch ruim tien uur over met de kleine busjes. In totaal namen we er drie! Vanuit Parapa neem je vervolgens een ferry die je naar het eiland brengt. De ferry vaart elk uur en de laatste ferry kan je nemen om 18h.

Waar te verblijven?

De beste plek om te verblijven op Samosir eiland is tuktuk. Ja echt waar, dit plaatsje heet gewoon tuktuk. Grappige naam toch?! Wijzelf boekten niet op voorhand en dit was ook niet nodig, doordat er zo weinig toeristen waren. In tuktuk vind je enkele prachtige hotels in de authentieke bouwstijl, namelijk de huisjes/bungalows met puntige daken. Ook voor de budget backpackers is er keuze genoeg. Wij verbleven bij ‘Franky (pizzeria)’ en hadden hier een ontzettend fijne kamer. De kamer was zeer ruim, het bed was heerlijk comfortabel en we keken uit op Lake toba. Warm water is er niet en voor wifi moet je in het restaurant zijn, maar wij hebben zeker genoten van ons verblijf hier! Voor onze kamer betaalden wij 100.000 rp (= 6 euro) per nacht.

 

Harau Valley

Mijn favoriete plek in heel Sumatra, door de betoverende ligging. Harau Valley is -zoals de naam al doet vermoeden- een plek omgeven door bergen, gelegen in de vallei. Je kan je hier verwachten aan een prachtig kleurenpallet in vijftig tinten groen. De eindeloze rijstvelden, het pure leven, de vele watervallen, de prachtige rotsen en de uitermate vriendelijke bevolking, zijn er om nooit meer te vergeten. Ik ga niet graag een tweede keer terug naar een plek die ik al gezien heb, aangezien ik de plek reeds ontdekt heb en liever andere dingen zie op de wereld. Er is nog zoveel te ontdekken op planeet aarde. Harau Valley is een uitzondering, hier kom ik maar al te graag nog een keer terug. Héél veel is er niet te doen. Het leven is hier puur en het draait dan ook om het genieten van de omgeving, wandelen door de rijstvelden en langs de watervallen, tientallen keren zwaaien naar de nieuwsgierige bevolking. Ik hield van deze plek. Wat zeg ik.. ik hou van deze plek! Bekijk hier de vele foto’s die ik maakte op deze bijzondere plek.

Hoe geraak je er?

Vanuit Padang is het ongeveer vier à vijf uur rijden met een minibusje richting Harau Valley. Het park ga je in met een tuktuk. Wijzelf vertrokken vanuit Parapa met een nachtbus, deze doet er ruim zestien uur over. Vervolgens moet je nog een klein busje nemen én een tuktuk. Een lange, oncomfortabele en slapeloze tocht, maar de eindbestemming was meer dan de moeite waard!

Waar te verblijven?

De laatste jaren komen er steeds meer en meer accomodaties bij, maar deze zijn nog steeds beperkt. Je vindt er heel wat gezellige plekjes, maar ik kan ‘Abdi Homestay’ van harte aanbevelen. Dit is een prachtig domein met basic en comfortabelere bungalows, die uitkijkt op de rijstvelden, alsook de rotsen met waterval. Het is hier werkelijk wondermooi! Wifi is er niet, maar hier beleefde ik mijn leukste avonden tot nu toe! Elke avond werd een gitaar gespeeld en ik zong uiteraard uit volle borst mee. Het verblijf is hier bovendien spotgoedkoop. Je betaald 150.000 (= 9 euro) per nacht en dit is inclusief ontbijt en blijkbaar ook thee en koffie! In totaal spendeerden wij amper 28 euro, dus 14 euro per persoon voor twee nachten, twee x ontbijt voor twee, twee dagen lunch voor twee, twee diners met z’n twee en maar liefst vijftien theetjes! Dit is gewoonweg lachwekkend goedkoop. Het diner is bovendien ontzettend uitgebreid (rijst, vlees en/of vegetarische opties, meerdere groenteschotels met aardappeltjes etc;) en heerlijk!

Meer weten over Indonesië en de vele diverse eilanden? Dan mag deze complete reisgids zeker niet ontbreken!