Een gevangenis bezoeken is misschien wel het laatste waar je aan denkt, terwijl je aan het reizen bent. Toch is de Iwahig Prison in Puerto Princessa absoluut de moeite waard, tijdens je trip op Palawan. Deze gevangenis is zo uniek en volgens mij zelfs de enige ter wereld in zijn soort. Gedurende drie uur liepen wij tussen de gevangenen en kwamen zo heel wat interessante verhalen te weten.

Hoe geraak je er?

Vanuit de stad kan je een rechtstreekse Jeepney nemen naar Irawan, dit kost je ongeveer twintig peso. Van daaruit neem je een tricycle, welke je naar de gevangenis brengt en daar ook op jou blijft wachten. Voor de tricycle betaal je 250 peso.

De Iwahig Gevangenis

In tegenstelling tot andere gevangenissen, zitten de gevangenen hier niet of weinig achter de tralies. De gevangenis is als het ware een gemeenschap, waar de gevangenen naarmate hun niveau steeds meer vrijheid krijgen. Door te werken, kunnen ze zich ook meer veroorloven. De gevangenis is niet gelegen binnen vier muren, maar op een terrein dat hectares groot is. Er is een checkpoint, waar bezoekers even doormoeten (let op: je hoeft geen naam op te geven, zelfs geen ID kaart af te geven, er is helemaal geen beveiliging zeg maar). Vervolgens zit je meteen al ‘in de gevangenis’ en kan je doorrijden. Om je heen zie je de mooie natuur: de groene velden, weides en bergen. De gevangenis loopt maar liefst tot aan deze bergen, kun je je even voorstellen hoe groot deze ‘gevangenis’ wel is!

De meeste gevangenen zitten hier voor moord, zij spenderen de eerste jaar in een normale gevangenis te Manilla en worden vervolgens overgeplaatst naar Iwahig. Er zijn drie niveau’s. Allereerst heb je de maximum met de oranje t-shirts, waarbij de gevangenen wél nog tussen vier muren opgesloten zitten. Zij staan dus onder maximaal toezicht. Wij konden hier geen glimp van opvangen, dus we hebben ook absoluut geen idee hoe het hier aan toe gaat. Indien de gevangenen na enige tijd goed gedrag vertonen en ze wat kalmeren, komen ze terecht in het tweede niveau, namelijk medium. Deze gevangenen krijgen een blauwe t-shirt. Zij staan nog onder toezicht, maar krijgen al veel meer vrijheid. Velen van hen staan in een winkeltje, waar ze zelf souvenirs maken om te verkopen aan bezoekers. Met de opbrengst kunnen ze zichzelf trakteren op wat lekkerder eten, een snack, sigaretten, etc; Er is ook een dansgroepje, die maar al te graag een showtje opvoert voor jou. Zo leuk om te zien! Om vijf uur worden deze gevangenen geteld en worden zij wel weer ‘opgesloten’. Maar gedurende de hele dag hebben ze dus alle vrijheid om te gaan en te staan waar zij willen. Indien er gevangenen proberen weglopen, gebeurd dit vooral bij de medium groep. Op deze manier zijn er uiteraard al enkele doden en gewonden gevallen… Ten slotte zijn er nog de minimale, met de bruine t-shirts. Dit zijn vaak gevangenen die hier al zéér lange tijd zitten, zo kwamen we iemand tegen die al meer dan dertig jaar in de gevangenis zat. Zij staan praktisch niet meer onder toezicht, door hun goede gedrag. Zij krijgen extreem veel vrijheid en mogen zelfs gaan tot aan de bergen. Enkele onder hen wonen zelfs in een huisje in ‘het dorp’ waar de bewakers ook wonen. Ze hebben de mogelijkheid zelf een huis te bouwen.

Het voelt echt als een dorpje met doodnormale mensen. Uiteraard zijn het ook ‘normale’ mensen, alleen heeft hun leven een compleet andere wending genomen dan de doorsnee mens. Wij hadden absoluut geen ongemakkelijk gevoel. De meeste gevangenen zijn zeer vriendelijk en open. Je kan hen zelfs alles vragen, ze vertellen er graag over. Het is zeer fijn voor hen om sociaal contact te hebben met een ander persoon, dan telkens de medegevangenen en eens frisse en nieuwe gezichten te zien. In het dorp vind je tal van huizen, een mooie kerk, een plein, een ziekenhuis, een cafeetje, winkeltje, etc; De gevangenen geven je graag een rondleiding, terwijl ze je wat meer vertellen over hun verleden. Daar hebben ze wel graag iets in return voor. Wijzelf gaven geen geld -buiten aan de gevangenen, die een mooi dansje voor ons deden-, maar brachten sigaretten en tandenborstels mee voor de gevangen. Sigaretten zijn peperduur voor hen en praktisch iedereen rookt hier, ze zijn er dus dolgelukkig mee! Ze zien sigaretten als hun ‘vitamientjes’. Ook dagdagelijkse dingen kunnen ze maar al te goed gebruiken: de tandenborstels die wij meehadden, tandpasta, zeep, etc; Met de centjes die zij verdienen kopen ze vaak een lekkere snack, daar het eten blijkbaar niet héél lekker is in de gevangenis. De gevangenen zullen dus ook maar al te blij zijn met een doos heerlijke donuts, chips, koekjes of snoepgoed. Tot slot: een bijzonder cadeau, waar je ieder mee kan plezieren, is zonder twijfel een postzegel. De gevangenen mogen bezoek krijgen van familie en vrienden, maar het probleem is dat deze vaak op andere eilanden (voornamelijk in Manilla) wonen. Een vlucht is te duur voor hen, dus velen hebben hun ouders, zussen of zelfs vrouw al (tientallen) jaren niet gezien. Ze proberen brieven naar elkaar te schrijven, maar vooral de postzegel is ontzettend duur voor hen. Postzegels zorgen voor sociaal contact met hun dierbaren, een mooier geschenk kan je hen dus niet geven.

Zoals hierboven al vermeld zitten de meeste gevangenen hier voor moord. De mensen die wij ontmoet hebben kwamen allen uit Manilla en deze stad heeft een niet al te beste reputatie. Veel geweld, verkrachtingen, overvallen, moorden etc; Elke gevangene draagt zijn eigen verhaal mee en deze zijn zeer uiteenlopend. Ik schrok ervan hoe jong deze mannen waren toen ze iemand anders van het leven beroofden. De mannen die ik sprak waren tussen de zeventien en negentien jaar oud toen ze een moord pleegden. Het verhaal dat mij het meest is bijgebleven, is dat van Jason. Een knappe veertiger, die er amper eind te twintig uitziet. Gedurende heel zijn kindertijd leefde hij met zijn ouders en zus in Florida, vooraleer ze verhuisden naar de Filipijnen. Zijn ouders (één of beide, dat weet ik niet) hadden Filipijnse roots en wouden hier hun eigen business starten. Mensen met geld dus en dat is behoorlijk aantrekkelijk voor de armen in Manilla. Ze woonden nog niet lang in Manilla toen de zus en moeder van Jason (toen zeventien) verkracht en vermoord werden voor geld. Ook zijn vader werd vermoord. Jason revalideerde één jaar lang en op zijn negentiende nam hij wraak door de moordenaars van zijn gezin, ook het leven te ontnemen. Gruwelijk, maar ik weet niet wat ik in zijn plaats zou doen. Je woont heel je leven in Amerika, woont nog maar enkele maanden of jaren in de Filipijnen en al je dierbaren worden gedood. Wie heb je nog op de wereld? Al gedurende meer dan de helft van zijn leven zit Jason in de gevangenis, hij is een tattoo Artist en je kan hier dan ook een kleine tattoo laten zetten die veel betekenis heeft voor hem. Het is een hele sympathieke en slimme kerel, zeer aangenaam om mee te praten.

Sommige gevangenen zitten er ook voor idiote redenen. Een man die geplaagd werd, vermoorde op zeventienjarige leeftijd zijn ‘pester’. Nog een andere man vermoorde een politieagent, toen deze hen tegenhield voor motorrijden zonder helm. Ze hadden het geld niet om de boete te betalen.

De gevangenis is een heel bijzondere plek. Velen zien ‘criminelen’ als stoere, gevaarlijke kerels. De jongens en mannen die hier zitten zijn eigenlijk heel gewoon, net zoals jij en ik. Alleen is hun leven om diverse redenen heel anders gelopen. Ik heb alleszins nogmaals ingezien dat er iets goed schuilt in ieder van ons. Geen enkel persoon is compleet goed. Geen enkel persoon is compleet slecht. Ieder persoon uniek. Waarom neemt het slechte het in bepaalde momenten over van het goede? Waarom is de ene persoon gevoeliger voor criminele misdaden dan de ander? Het is een vraag die ons nog lang kan bezighouden, maar die mij wel ontzettend fascineert.

Meer weten over de Filipijnen? Dan is deze nieuwste editie van de Lonely Planet écht iets voor jou!