De Filipijnen zijn alweer verleden tijd. Hoewel het een tropisch paradijs was en ongetwijfeld het mooiste land dat ik ooit bezocht, treur ik niet om ons afscheid. Integendeel, ergens was ik blij dat we de Filipijnen na zes weken verlieten, we waren helemaal klaar voor onze nieuwe bestemming. Eén van de bestemmingen waar ik bovendien het meeste naar uitkeek en waar we ook de langste tijd zullen spenderen: Indonesië.

Indonesië is meer dan alleen Bali en hoewel we uiteraard ook een bezoekje brengen aan het toeristische Bali, is het eerst tijd voor een minder bekend eiland. Sumatra. Sumatra met zijn weelderige, ongerepte natuur. Groene landschappen, jungles, rivieren, meren en vriendelijke bevolking. De eerste dag dat we arriveerden was toch even wennen en voelde best ongemakkelijk aan. Indonesië is grotendeels Islamitisch en ondanks dat schouders en knieën bedekt waren, voelden we ons beiden toch ontzettend aangestaard. Twee aliëns in een wildvreemd land met een compleet andere cultuur. Het was echter verrassend hoe verschillend culturen kunnen zijn van streek tot streek. Waar we de eerste week enkel in contact kwamen met de moslim cultuur en vrouwen met hoofddoek, zitten we nu plots in een buurt omgeven door kerken. Iedereen is hier Katholiek. Hier mogen we zelfs rondwandelen in shortjes en topjes! Het is ontzettend mooi hoe verschillende culturen hier in vrede naast en bij elkaar kunnen samenleven. Elkaar niet discriminerend, elkaar respecterend. Ook de Moslims nemen het niet al te nauw met de meeste ‘regeltjes’. Zo drinkt praktisch iedereen hier wel graag een biertje, al moeten sommigen dit wel stiekem doen. De vrouwen waren gefascineerd toen ze mijn navelpiercing te zien kregen en vonden deze zeer mooi. Onze gids in Bukit Lawang was zelfs helemaal voorstander van drugs, bij matig gebruik uiteraard. Al snel voelden we ons welkom tussen deze vriendelijk -doch wel nieuwsgierige- bevolking en beseften we dat zij helemaal niet zoveel verschillen van ons.

Hoewel vele jonge meisjes hier een hoofddoek dragen, zijn ze net zoals de jongeren bij ons. Vriendengroepjes die samen giechelen en praten. Er worden voortdurend selfies genomen en ook deze meisjes houden van make-up en mooie kledij. Jongens en meisjes ‘chillen’ ook lekker samen. Ondanks ons geloof zijn we dus vrijwel hetzelfde. Toch voelen Mathijs en ik ons best ‘speciaal’ in Sumatra. Mogelijks komt dit doordat we er zijn in laag seizoen, maar toeristen komen wij zelden tegen. Op vele plekken worden wij nagekeken en mensen roepen ons vrijwel altijd na. Gelukkig wel op een vriendelijke manier! Ik voel mij net een celeb. Overal waar we komen willen mensen met ons op de foto, soms wordt dit zelfs een complete fotoshoot. Gisteren zaten wij bijvoorbeeld gezellig te eten in een restaurantje, terwijl een gezin voortdurend over ons zat te praten en naar ons zat te wijzen. Standaardvragen die we altijd en overal krijgen zijn: “Van waar kom je? Wat is je naam? Zijn jullie getrouwd? Hoe oud ben je? etc; ” Uiteindelijk werd het wéér een complete fotoshoot, aangezien de mama wou dat elk kind afzonderlijk met ons op de foto ging. Best wel grappig en ergens ook wel schattig! Ik heb er geen problemen mee dat mensen dit hier voortdurend vragen. Ik begrijp het ook zeker wel, als je zo weinig blanke mensen ziet in je leven. Voor hen is dat toch een beetje speciaal, ‘een vreemdeling’ of toerist. Vandaag hadden we weer een groep gillende meisjes (en jongens) die zo enthousiast waren dat ze met ons op de foto konden. Ook op de straat werden we door groepen meisjes en jongens aangesproken voor enkele selfies. Zo voelt het dus om beroemd te zijn!

Het is dus zeker een wereld van verschil. In de Filipijnen was het op vele plekken bedolven van de toeristen en hier zijn we praktisch alleen als blanke persoon. Dat maakt Sumatra net zo speciaal. Het is een prachtig eiland dat nog niet ontdekt is door de grote massa. Een dag na aankomst in Sumatra, gingen wij naar Bukit Lawang. Wat was het daar mooi en zo ontzettend rustig. Bukit Lawang is een klein dorpje, dat omgeven wordt door de prachtige natuur. Je bevindt je hier letterlijk in -of moet ik zeggen: bij- de jungle. De meeste accomodaties zijn vrij basic, maar de omgeving maakt dat ruimschoots goed. Recht voor ons hadden wij de stromende rivier, achter ons de jungle. Er liepen dus geregeld aapjes op ons dak en af en toe komen ze nieuwsgierige orang-oetangs zelfs een kijkje nemen! We sliepen heerlijk tijdens de twee nachten dat we hier verbleven en hoorden enkel de geluiden uit de natuur. Het getsjirp van de insecten en vogels, de stromende rivier, heerlijk gewoon. De vele insecten (zoveel kakkerlakken!) in de kamer waren net iets minder fijn, maar hey! Je zit dan ook in de jungle natuurlijk. Een dag na aankomst in Bukit Lawang deden wij een eendaagse trektocht door de jungle en dit was meer dan de moeite waard. Hoewel de tocht vrij zwaar was en we ’s avonds dan ook doodmoe terugkwamen, hebben we ontzettend genoten van deze tocht. Onderweg kwamen we maar liefst tien orang-oetangs tegen, waarvan er twee zelfs héél dichtbij zaten. Wat een ongelofelijke en bijzondere ervaring. Deze prachtige dieren zien in hun natuurlijke habitat. Zoals het hoort, niet in gevangenschap. In de verte zagen we ook nog een witte gibbon en we kwamen zelfs een klein (giftig) slangetje tegen!

Na ons avontuur in de jungle, brachten we een bezoekje aan Pulau Weh. Een eiland volledig in het Noorden van Sumatra, het koste ons maar liefst vierentwintig uur om hier te geraken! Afstanden zijn groot in Sumatra en je bent vaak langer onderweg, dan de tijd die je spendeert op een plek! Vermoeiend. Pulau Weh wist mij bovendien niet helemaal te bekoren, ik denk dat ik de paradijselijke eilandjes even beu ben en nood heb aan iets anders. De hoofdreden van ons bezoek was het duiken! Pulau Weh schijnt één van de mooiste duikplekken ter wereld te zijn. Wanneer je zo dichtbij bent, mag een bezoekje dan ook zeker niet ontbreken! We boekten meteen drie duiken en stonden beiden te popelen om er aan te beginnen. Nuja, popelen…. Mathijs en ik zijn al ruim een week zwaar verkouden, dus de schrik zat er bij beiden goed in dat het duiken niet zou lukken. En ja hoor, bij mijn eerste duik merkte ik meteen problemen. Na enkele minuten kon ik mijn oren plots niet meer klaren. Hoe vaak ik ook probeerde en hoe hoog ik ook ging, het wilde maar niet lukken. Ruim vijf minuten later ging het equalizen gelukkig wel weer, maar mijn linkeroor deed toch wat pijn. Ik voelde mezelf ook niet al te goed -vrouwelijke probleempjes weet je wel-  en alsof dat nog niet genoeg was, gaf Mathijs plots aan dat er weer water in de camera zat. Een nieuwe onderwatercamera die ik slechts een vijftal keren had gebruikt! Ik kon wel huilen. Dit is de tweede onderwatercamera die het tijdens deze reis begeeft tijdens het duiken. Het was gelukkig niet zo’n dure, maar toch wel weer weggesmeten geld dat we beter ergens anders aan konden spenderen. Geen onderwatercamera’s meer voor mij! In de toekomst huur ik er wel eentje!

Ik had het helemaal gehad met de duik en besloot duik twee en drie dan ook niet meer te doen, hoewel dat juist de mooiste zouden zijn. Mathijs deed zijn tweede duik terwijl ik genoot van een lekkere koffie en wat zat te prutsen op mijn gsm. Tegen de tijd dat hij terugkwam, was het al ruim twee uur en rammelde onze buiken van de honger. We gingen naar één van de twee standaard restaurantjes waar we altijd gingen en hier zou ik de rest van de namiddag spenderen. Mathijs en ik aten onze maaltijd en met een kus vertrok hij voor zijn laatste duik. Ikzelf zou mij wat bezighouden met bloggen en het uitstippelen van onze roadtrip door Amerika. Dit zat er jammer genoeg niet in. Ik bespaar je de details, maar plots kreeg ik zo’n ernstige spetterpoep dat ik écht naar onze kamer heen moest gaan! Gedurende heel onze reis door Azië ben ik gelukkig goed gespaard gebleven van diarree en alles wat hiermee te maken heeft. Ik heb er niet meer last van dan thuis, maar deze dag was anders. Kreunen van de pijn, ernstige krampen, ik was er eventjes helemaal niet goed van en legde mij de komende uren dan ook gewoon neer in bed. Geen internet in onze kamer. Dus bloggen en voorbereidingen treffen, zaten er niet in. Ik had Mathijs gewoon nodig, maar het duurde nog ruim drie uur voor hij terug was. Op zulke momentjes zit je er eventjes door en is alles gewoon ‘stom’. Mathijs heeft gelukkig genoten van zijn duiken. In Pulau Weh zijn er zoveel vissoorten te zien, die in gigantische scholen naast, boven en onder je zwemmen. Wij zagen scholen kleine, bijna lichtgevende blauwe visjes. Felle, rode visjes, de gele vissen en grote, grijsblauwe vissen. Verder zagen we nog zulke kleurrijke en bijzondere vissen, ik heb werkelijk nog nooit zoveel vissoorten in mijn leven gezien! Mathijs zag in de verte zelfs een haai en dat is niet zo bijzonder hier! De kans dat je tijdens de duiken meerdere haaisoorten, manta’s, walvissen, walvishaaien en soms zelfs dolfijnen ziet, is namelijk vrij groot. Ik heb dit jammer genoeg niet kunnen meemaken nu, maar ben er zeker van dat we nog tal van mooie duiken zullen maken in Indonesië!

Ondertussen zitten we op ons terras, met uitzicht op het Lake Toba, een gigantisch kratermeer. Het is ontstaan als caldera van een reusachtige vulkaanuitbarsting. Jep, er zijn ontzettend veel (actieve!) vulkanen te vinden op Sumatra en uiteraard ook in de rest van Indonesië. Het meer is ongeveer 100km lang en maar liefst 450 meter diep! Ik wil niet weten wat er hier allemaal in het water leeft. Het lijkt hier net de Ardennen of zelfs Zwitserland. De temperatuur ligt hier beduidend lager en een truitje komt hier ’s avonds en op de motor dan ook goed van pas! Dit eiland is omgeven door het prachtige meer, je hebt uitzicht op de gigantische bergen en landinwaarts ben je omgeven door de groene natuur en rijstvelden. Het is hier werkelijk prachtig en we genieten er dan ook met volle teugen van. Bij Lake Toba spenderen we het hele weekend. Eventjes onze batterijen opladen van het vele reizen en het eiland ontdekken per motor. Sumatra is zo ontzettend divers. Op tien dagen tijd zaten wij in de jungle, in de drukke stad, op een Paradijselijk eiland en nu zitten we tussen de bergen bij een meer. Ik ben benieuwd wat we hier nog allemaal zullen ontdekken!