Hoe dol en gepassioneerd ik ook ben op lange en verre reizen -hoe langer en verder, hoe beter-, kan ik ook absoluut genieten van mijn veilige ‘thuis’. De plek waar ik mij geborgen en geliefd voel. Ons gezellige appartementje dat al sinds dag één echt aanvoelt als onze thuis. Familie en vrienden om ons heen. Maar ook onze Belgische kust heeft absoluut een bijzonder plekje in mijn hart en voelt stiekem ook wel wat als ‘thuis’. Kriebelzand tussen mijn tenen. Prikkend duingras langs mijn benen. Warme zonnestralen op mijn snoet. Terugreizen in de tijd.

Als kind spendeerde ik mijn zomers altijd aan zee. Mijn grootouders namen mij mee naar Middelkerke, al sinds ik acht maanden oud was. Paniek alom toen mijn babygezichtje verbrand was door de zon en er zelfs kleine blaren verschenen. Met baby Rani in de koets holden ze naar de apotheek voor een wondermiddel. Een wondermiddel dat ze overigens vonden. Mijn ouders kwamen er nooit achter. Als kleine dreumes leerde ik er fietsen op de dijk, zònder wieltjes dan nog wel. Mijn peter was vast apetrots toen dat lukte en trakteerde mij achteraf op een hoorntje met een grote bol ijs. De ijsjeszaak op de hoek -nu helaas vervangen door een Australian Icecream- was mijn favoriet. Ik probeerde er elke smaak uit, tot het blauwe smurfenijs toe. Weinig smaak, veel kleurstof; maar als kind vond ik het geweldig. Het zorgeloze leven van een klein meisje. Een gocart huren, inlineskaten tot mijn knieën er blauw van zagen, gaan spelen in het park, ijsjes eten, zandkastelen bouwen, spetteren in de zee en fietsen langs de dijk. Meer had ik niet nodig in die goede oude tijden. Steevast keek ik uit naar de avondmarkt op maandag, waar die lichtgevende fopspenen en andere prullaria een lach op mijn gezicht toverden. Het jaarlijkse stripfestival waar we gegarandeerd heen gingen en ik op het eind  een stripboek mocht uitkiezen in de shop. Mijn peter die honderden foto’s nam van die tijd aan zee en ze vervolgens, met exacte datum, in een foto album kleefde. Ik was mijn peter’s favoriet en hij de mijne. Hoewel mijn oma en tante er vrijwel altijd bijwaren, trok ik voornamelijk op met mijn nummer één. Enkel die urenlange fietstochten waar hij zo dol op was, liet ik liever aan mij voorbijgaan.

Kleine meisjes worden groot, maar nog steeds spendeer ik graag mijn tijd aan zee. Is het toeval of toch het lot dat mijn geliefde afkomstig is uit Lombardsijde? Een dorp vlakbij Middelkerke. Je mag me best bijgelovig noemen, maar ik geloof in het feit dat er grotere zaken zijn die buiten onszelf liggen. Dingen die wij niet in de hand hebben. Zo ook het feit dat hij mijn wederhelft werd. Een perfecte relatie ondanks zijn imperfecties. Toch toeval? Nog steeds kuier ik graag op de dijk, door de duinen en met mijn voeten in het water. Liefst hand in hand met deze fantastische wederhelft. Zelfs op donkere en koude dagen maken we graag een wandeling op het strand, al verlang ik dan in stilte toch al naar de zomermaanden. De zomermaanden waar ik mezelf weer even zie als vijfjarige die van kop tot teen vol zand hing. Dat meisje dat onbezonnen door het leven ging. Nog steeds ietwat onstuimig, maar toch nadenkt over de gevolgen. De zomermaanden waar ik mijn Gocart nu deel met Mathijs, om samen de dijk onveilig te maken. Ijsjes waar we samen van smullen en ik stiekem altijd wacht op het laatste stukje van zijn hoorntje. Luieren tussen de duinen met veel te weinig kleren aan, met een boek in onze handen. Honderden foto’s die worden gemaakt, die nooit terecht zullen komen in een fotoboek met de exacte data erbij. Een andere liefde, maar nog steeds heel veel liefde.

Mijn peter is niet meer. Een deel van zijn assen uitgestrooid in de zee waar hij zo van hield. De zee waar we ontelbare keren zijn geweest. De zee waar ik als kleine meid zat te spelen in het zand en opgroeide tot jonge vrouw. Voetstappen in het zand, vervagen door het zilte water. Stemmen die ik mij niet meer herinner, meegenomen door de wind. Herinneringen die worden gekoesterd in mijn hart. Nooit vergeten.