LOMBOK- We gooien YoungWildFree over een andere boeg. Dit keer neem ik, -Mathijs, de grote liefde van Rani- de blog over en vertel jullie hoe ik het beklimmen van de Rinjani heb ervaren.

Wie of wat is de Rinjani denken sommigen misschien wel. De Rinjani is in mijn opinie de grootste k**berg die ik ooit beklommen heb. Neen, echt. De Rinjani is een actieve vulkaan waarvan het hoogste punt gelegen is op 3726 meter. Dit beklim je natuurlijk niet op een paar uurtjes. Het is een trektocht van enkele dagen, daarom volgt hieronder een beschrijving hoe ik dit ervaren/overleeft heb. 

Er zijn verschillende organisaties die een trekking naar de vulkaan organiseren. Hierin heb je verschillende prijsklassen. In principe is er een lineaire verhouding tussen wat je betaald en wat je ervoor in de plek krijgt. Zoals bij vrijwel alles dus… Neem je de duurste organisatie dan krijg je een betere matras om op te slapen, beter eten of snacks, meer fruitjes of een afwisseling van dranken. Ik heb groepen gezien die lekker campingstoeltjes en tafeltjes hadden terwijl wij rechtop aten of in het gras zaten. Hou er rekening mee dat de porters alles meedragen naar boven wat jij nodig hebt. Wanneer jij lekker afziet met je dagrugzakje op je rug dan loopt er een porter naast je met een lichte 20 kilo op zijn schouder. Even terug naar de prijs, ik boekte bij Rinjani Trekking Center en betaalde daarvoor 1.5 miljoen Rupiah wat neerkomt op een 93 euro. Daarvoor heb je vervoer van je huidige plek in Lombok naar Senaru en word je terug afgezet op je volgende bestemming. Eten, water, slaapgerief (uitgezonderd kussen) zit allemaal inbegrepen in de prijs. Wil je outdoor kleding huren dan kan je dat doen in het dorp zelf of vraag het aan je organisatie. Mijn trektocht startte in Kuta, Lombok waar ik opgehaald werd door een vriendelijk oud ventje die mij naar het 4uur verdere Senaru bracht. Onderweg praatte we wat zover dat mogelijk was met zijn gebrekkige Engels, stopten we even om wat te eten en te drinken en na een 3 tal uur rijden komt plots die gigantische berg in het zicht waarop mijn chauffeur zegt “dat is jou berg” en op dit punt zonk de moed mij al in de schoenen. Aangekomen in Senaru begroette de organisator mij en leidde hij mij naar mijn “hotel”. Omdat zijn homestay al vol zat werd ik opgevangen bij de buren in een van de lelijkste kamers van onze Azië reis. Enkel een bed vult de kamer en de badkamer was oud, vuil, koud en enkel een emmertje water om mee door te spoelen. Later die avond kreeg onze groep die ik ontmoette in het restaurant van de organisatie de briefing en al snel werd mij duidelijk dat het wat lastiger zou worden dan op de website vermeld staat. Met de moed in mijn schoenen droop ik af naar mijn kamer en ging ik vroeg slapen want de volgende ochtend werden we om 7u verwacht voor ontbijt.

Dag 1

De eerste dag van de echte trekking. Om 6u30 gaat mijn wekker, ik neem snel een koude douche waarvan ik klaarwakker word, ik voel de zenuwen al door mijn lijf zinderen. Ik neem mijn rugzak en begeef mij richting de ontbijttafel waar we bananenpannenkoeken voorgeschoteld krijgen. Het perfecte ontbijt voor een zware wandeling. Iedereen koopt nog een bamboe wandelstok (gouden raad van tante Kaat: dit is een NOODZAAK) en daarop springen we met zijn 13’nen in de laadbak van een vrachtwagen die ons naar het startpunt brengt die een uur verder ligt. Ik had gevraagd om wandelschoenen te huren en de organisator had ons beloofd dat we onderweg zouden stoppen bij de outdoorshop en dat we daar alles konden huren. Je raad het al. We zijn nooit gestopt. Het gevolg is dat ik een berg van 3726 meter moet beklimmen op Nike schoenen. Bye bye grip. Tegen een uur of 9 zijn we aan het registratiepunt en daarna beginnen we aan een helse 3 dagen. Na 2 uur wandelen door een heuvellandschap met als enige uitdaging de felle zon komen we aan in Pos 1. We nemen wat pauze, drinken iets, eten een koekje, iedereen zit vol energie en wil direct verder. Na een uurtje zijn we aan Pos 2 waar we onze eerste lunch hebben. Rijst met groentewok en tempé. Pos 3 is nog een uurtje wandelen en nu begint het wat omhoog te gaan maar nog steeds geen uitdaging. Hier nemen we nog een kleine pauze voor we al aan het laatste stuk van de dag beginnen. Nu komt het zwaarste deel: 2,4 km en hierop een hoogte verschil van 800 meter. Hier doen we maar liefst 4 uur over. 4 uur lang beklim je bijna een verticale muur, op de grindachte ondergrond glij ik de hele tijd weg, mij enkel overeind houdende aan mijn bamboe stok. Al snel heb ik door dat deze mijn beste vriend wordt voor de komende 3 dagen. Wanneer ik uitgeput aan het base camp of tentenkamp arriveer is het zicht magnifiek en ik voel mij op de top van de wereld. Langs beide kanten van de bergrand worden we omgeven door wolken en de zonsondergang is al langzaam begonnen. Achter ons kunnen we al de top van de vulkaan zien. Wanneer we genoten hebben van de zonsondergang en het donker geworden is doen we snel andere kleren aan want het is best fris in het base camp. Ons avondeten bestaat uit kip curry met rijst en daarna kruipt iedereen al snel in de slaapzak. Duizenden sterren nemen de hemel in en we zien zelfs de melkweg.

Dag 2

Als je denkt dat dag 1 al zwaar was dan kom je bedrogen uit, want op dag 2 word het 3x zo erg. Om 1u30 nachts worden we wakker van de voetstappen die langs onze tent passeren. Wij staan om 2u op en binnen het kwartier vertrekken we al richting het hoogste punt van de Rinjani. Ons ontbijt moet wachten to we terug beneden zijn. De enige energie die we hebben voor deze 3 uur durende klim komt van wat crackers en een theetje. Deze klim is echt de hel, mijn collega’s van Nederland noemen de Rinjani een ‘Moeder neukende kutberg’ waar ik hen geen ongelijk in geef. 3 uur lang schuif ik onderuit, 1 stap voorwaarts zijn er 2 terug. Alsof alles nog niet zwaar genoeg is zijn de laatste 300 meter de ergste, de meest stijle en het zwaarste. Na veel vloeken en zweten, 3 energie repen verder bereik ik dan toch de top. Net iets te laat want de zonsopkomst was al net begonnen. Ik steek het maar op de Chinezen die mijn doorgang blokkeerden. Als je boven staat is het het plots allemaal waard. Je wordt beloond met een 360° zicht van Lombok. Je ziet werkelijk heel het eiland, het zicht reikt zelfs tot de verschillende Gili eilanden en Bali. Even zwaai ik richting Kuta waar Rani nog lekker knus in haar bedje ligt. Na een dik halfuur starten we met afdalen, 2 uur lang is het net skiën. Ik schuif de hele tijd onderuit en verwond mezelf meerdere keren aan de scherpe stenen. Rammelend van de honger komen we aan in het tentenkamp waar de bananenpannenkoeken er vlot ingaan. Na amper een halfuurtje pauze vertrekken we alweer voor een 3 uur durende wandeling. Gelukkig is het nu 3 uur naar beneden wat het wat makkelijker maakt. We wandelen naar het meer in de vallei en eten onderweg lunch. Noodles met groenten, iets waarmee ik niet gegeten heb. Beneden aan het meer nemen we pauze aan de hotsprings wat geweldig veel deugd doet. Dit is de perfecte manier om de spieren wat te doen ontspannen en al het zwarte vulkanische stof van onze lichamen te wassen. Waar ik dacht dat we na de hotsprings onze tent gingen opzetten, had ik het grandioos mis, er wacht nog een klim van 3 uur en neem klimmen maar letterlijk want soms is het verticaal op rotsten klimmen en zijn de “treden” van de “trap” -of moet ik zeggen: rots- telkens middelhoog. Dit was echt zo ontzettend afzien, mijn benen trilden hevig van de klim van vannacht. Aan de andere kant van de vallei zien we de top van de Rinjani pronken, het is ondenkbaar dat we begin deze dag nog op die top stonden en nu aan de andere kant van de vallei zijn. Tegen zonsondergang komen we aan in ons laatste tentenkamp. Vandaag hebben we maar liefst een actieve tijd van 12uur. Niet voor mietjes dus met een slechte conditie!

Dag 3

Het begin van het einde. Om 6u30 gaat de wekker en ik sta op met de gedachte dat anderen nu de top van de Rinjani aan het beklimmen zijn terwijl ik lekker heb kunnen uitslapen. Het ontbijt bestaat uit de vaste bananenpannenkoeken en al snel zijn we klaar om de laatste etappe van 6 uur naar beneden af te leggen. Ook hier schuif ik de hele tijd uit en beland ik enkele keren op mijn achterwerk. Het grootste deel van de wandeling is door de jungle wat door de koelere temperatuur heel aangenaam is. We worden vergezeld door verschillende apen en zien onder andere zwarte gibbons. De wandeling door de jungle is verder heel gemakkelijk en de enige moeilijkheid zijn de stijve benen die de schokken van het dalen moeten opvangen. Wanneer we lunch hebben is het nog maar een uurtje wandelen naar het dorp en dus de eindmeet. We bedanken de porters die 3 dagen lang ons eten, tenten, matjes en kookgerief hebben meegesleurd met een goeie fooi en beginnen aan het laatste uurtje afzien. Terug aangekomen in het restaurant gaan we direct voor een frisse cola en worden we verdeeld in groepen voor het transport naar onze volgende bestemming. Terug in Kuta omhels ik Rani want het gemis was zo groot de voorbije 4 dagen. Na een goeie douche ben ik zo blij dat ik mij op mijn bed kan storten want ik ben werkelijk kapot, ik zou voor de komende 3 dagen kunnen slapen maar eens op de top ben je zo blij dat je dit doet en in mijn mening, eens goed afzien kan deugd doen.

Tips:

  • Neem zonnecreme mee
  • Koop ter plekke een wandelstok!
  • Breng warme kledij mee, ik had een extra pul en sliep met lange broek en thermisch ondergoed aan. Een warme vest is zeker geen overbodige luxe.
  • Neem geen overbodige dingen mee. Hou het zo licht mogelijk.
  • Energierepen komen goed van pas, neem eventueel ook nog wat andere snacks mee. Water en warme maaltijden worden voorzien, dus dit hoef je zelf niet mee te sleuren.
  • Zorg dat je batterijen de dagen voordien goed zijn opgeladen. Je hebt hier heel wat energie en een goede conditie voor nodig!
  • Toch te zwaar? Je kan deze tocht ook op twee dagen – één nacht doen